Invoering maatschappelijke stages vergt regie
Alle leerlingen die vanaf volgend schooljaar instromen in het voortgezet onderwijs moeten een maatschappelijke volgen. Doel is dat jongeren de samenleving beter leren kennen en er een betekenisvolle bijdrage aan leveren. Jongeren moeten een halve of hele dag per week stage lopen. En dat gedurende drie maanden: zes à twaalf dagen in totaal, al met al honderd 100 uur per leerling . De maatschappelijke stages zijn een positieve impuls, daar is iedereen het over eens. Leerlingen gaan concreet aan de slag bij (vrijwilligers)organisaties, doen ervaring op met vrijwilligerswerk en dragen bij aan de sociale cohesie in de samenleving.
Voortraject
Op dit moment doen er landelijk al 481 scholen mee aan de maatschappelijke stage. Voorafgaand aan de verplichte deelname in 2011, kunnen scholen namelijk meedoen aan het vrijwillige voortraject. De verplichte stage wordt gefaseerd ingevoerd, met een voorzichtige start in 2007 naar volledige implementatie in 2011. Het ministerie van OCW stelt hiervoor financiën beschikbaar, oplopend tot 100 miljoen in 2011.
Deze subsidie voor de scholen is bedoeld voor:
• het coördineren en organiseren van de maatschappelijke stage
• het opbouwen van een netwerk voor de ontwikkeling en uitvoering van de maatschappelijke stage
• de inbedding in de school
• de eventuele inhuur van derden .
Inpassen
Scholen krijgen de vrijheid om zelf te bepalen hoe ze de stage-uren willen indelen en wanneer en hoe de jongeren stage lopen. Het ministerie van OCW gaat er vanuit dat scholen het beste weten hoe de stage ingepast moet worden in de schoolomgeving. Het is echter de vraag of scholen ook het beste weten hoe de stages ingepast kunnen worden in de maatschappelijke omgeving. Hanneke Mateman , projectleider maatschappelijke stages van Movisie, stelde onlangs in het NRC Handelsblad (NRC, 28 juni 2007) dat de maatschappelijke stages tot nu toe te veel een zaak zijn geweest tussen het ministerie en de scholen. Volgens Mateman moeten vrijwilligersorganisaties meer zeggenschap krijgen over hoe de stages worden geregeld. Bij hen zullen de leerlingen straks immers stage moeten lopen.
Het is daarnaast van belang om ook vrijwilligerssteunpunten en -centrales een rol te geven bij de coördinatie en ondersteuning van de lokale vrijwilligersorganisaties, het matchen van leerlingen en stageplekken, en de afstemming met de scholen.
Niet alle scholen kiezen hiervoor: zij willen de stages zelf organiseren. Als ze niet oppassen, komen ze van een koude kermis thuis. Wanneer vrijwilligersorganisaties straks onvoorbereid overspoeld worden door leerlingen die een stageplek zoeken, zullen ze minder bereid zijn om stageplaatsen aan te bieden. En dat terwijl hun stageplaatsen onmisbaar zijn. Alleen al in de gemeente Nieuwegein moeten straks jaarlijks 1250 leerlingen stage lopen. Samen zijn zij goed voor maar liefst 12.500 vrijwilligersuren.
Rol provincie
Het moge duidelijk zijn: de invoering van maatschappelijke stages is een logistieke operatie van formaat. Regievoering vanuit de lokale en provinciale overheid zou positief kunnen bijdragen aan een vloeiende, gefaseerde invoering. Die regierol kan gericht zijn op het stimuleren van afspraken tussen verschillende lokale partners. Maar ook op uitwisseling van kennis en ervaring, zowel tussen scholen voor voortgezet onderwijs als tussen vrijwilligerssteunpunten en -centrales. En last but not least op het borgen van ondersteuning van vrijwilligersorganisaties, zodat die in staat worden gesteld om leerlingen uit het voortgezet onderwijs een zinvolle en leerzame stage te bieden.
Voor meer informatie bij het ministerie van OCW:
http://www.minocw.nl/maatschappelijkestage/index.html
Voor de huidige financiële regeling en aanvragen tot 15 oktober voor het schooljaar 2007-2008:
http://www.senternovem.nl/Maatschappelijke%5FStages/
Voor praktische handvatten voor scholen, leerlingen steunpunten vrijwilligerswerk en vrijwilligersorganisaties: http://www.maatschappelijkestages.nl/
Meer artikelen









